Inge Land

Wat beweegt mij - Mijmering pandemie december 2020

Mijn mijmering was moeilijk kort samen te vatten. Ik begon met een hoop omhaal en nuances om maar niemand voor het hoofd te stoten. Bang ook om te zeggen wat ik dacht. Bang dat ik me vergiste en misschien wel buitengesloten zou worden, weggezet als naïef of zweverig of als iemand die de ernst niet inzag. 

Er ontstaan groepen die tegenover elkaar staan. Verschillende normen over wat goed is en wat sociaal is ten aanzien van de pandemie. Die tegenstellingen ken ik uit de landbouw en de veeteelt. Hoe om te gaan met de aarde en de dieren als er ziektes en plagen zijn? Ook daar scheiden zich de wegen. De kortetermijnoplossingen blijken ook enorme schade aan het ecosysteem te brengen. Hoe zal dat nu uitpakken met de kortetermijnoplossingen die we hanteren ten aanzien van de pandemie? Zullen daar de gevolgen voor het geheel ook pas later blijken? Voor de natuur, de economie, de gezondheid en de sociale verhoudingen?   

In de landbouw zien we al langer de noodzaak van nieuwe initiatieven met een inclusieve landbouw zoals in de documentaire ‘The Biggest Little Farm’; ze zijn hoopvol maar de pioniers werden ook voor irreële idealisten uitgemaakt, die de ernst van de plagen en voedselschaarste niet inzagen.Ik denk aan mijn vader Addick Land  (1921-2017).

Ja, hij kreeg weinig erkenning en weerklank, werd voor naïef uitgemaakt, toen hij in 1954 waarschuwde voor de nadelige gevolgen van kunstmest en bestrijdingsmiddelen voor de aarde en de focus op kortetermijnwinst! Hield dat hem tegen? Ging hij op de barricade? Nee, hij was niet bezig met wat anderen dachten en vonden. Hij werkte aan een alternatief en startte een biologisch-dynamische boerderij. Op die plek in Driebergen is nu een biologisch-dynamisch informatiecentrum. Zijn aandacht ging uit naar het ontwikkelen van duurzame alternatieven, realiseer ik me nu met groeiend respect. Niet naar het bestrijden van de gangbare ontwikkelingen die de hele wereld van kunstmest en bestrijdingsmiddelen gingen voorzien.

Ook nu zie ik hoe de kortetermijnoplossingen zich opdringen en hoe het virus met kracht bestreden moet worden. We verdragen geen oncontroleerbare toestanden. Dat betekent inzetten op controle en beheersbaarheid. 

Om het gevaar te beheersen zijn we bereid een hoge prijs te betalen en moet het ‘Leven’ op een klein pitje. Dichter bij en in huis blijven, iets waar de bevoorrechten beter mee kunnen leven dan de minder bevoorrechten. Al is er wel voor velen een gemis aan verbinding en contact.

We zien steeds meer de wijdere context van deze situatie. De systeembenadering geeft mij, door middel van het fenomenologische waarnemen, verdieping in wat werkt en wat niet werkt. In de vele opstellingen zie ik steeds weer hoe belangrijk het is om de fenomenen in hun context te zien. Daarbij kan ik er niet meer omheen wat de gevolgen van uitsluiting zijn, van iets wegstoppen of  veroordelen. De ziel omvat alles en sluit niets uit! Het nu overheersende standpunt over het virus is: het moet bestreden worden, het is gevaarlijk, het moet gaan liggen, kortom het moet buitengesloten worden. Wat drijft ons?  Het veroorzaakt sterven, lijden én oncontroleerbare situaties die van ons moeilijke keuzes vragen: we dreigen de controle te verliezen. Dat is erg omdat we zo de illusie van zelfbeschikking (wij bepalen hoe ons leven verloopt) en rechtvaardigheid (iedereen even veel kans op een IC-bed) niet meer hoog kunnen houden! Onze zelfbeschikking blijkt beperkt en we hoeven maar om ons heen te kijken om te zien dát het leven niet rechtvaardig is. Door over zo iets wilds en rijks als het leven de controle te willen, verliezen we haar essentie. Het eeuwenoude dilemma tussen veiligheid (controle) en vrijheid (voor `t Leven ). Je beschermt het jonge vogeltje in je hand, maar kan hij zijn vleugels nog uitslaan?  Opstellingen gaan over instemmen met de werkelijkheid en die omarmen. Het leven omarmen met zijn onvoorspelbaarheid, de werkelijkheid van de dood, precies zoals het je heeft bereikt. Ik zoek naar een weg waarmee we er méé leren leven en de dood en het lijden zijn waardige plek kunnen laten? 

De opstellingen en een systemisch benadering hebben mij het volgende helder gemaakt.  

·Iets buitensluiten wordt waargenomen door en heeft gevolgen voor het geheel.

·Toekomstige generaties bouwen voort op en dragen de gevolgen van ons handelen nu.

·We zijn onderling verbonden of we willen of niet. 

·Contact en liefde zijn een levensvoorwaarde. 

·Je komt in je passende kracht, als je je juiste plek inneemt en je niet te groot waant.   

·Ook ons bewustzijn is in ontwikkeling. Een bewustzijn waarmee we vanuit ons hart en ons denken kunnen handelen. Controle en veiligheid zijn dan geen doel meer op zich, maar dienstbaar aan het  nieuwe, aan het leven, aan de Natuur.  

Al met al een uitnodiging tot deemoed die recht doet aan de werkelijkheid. En daar ben ik graag. 

Daarbij moet ik denken aan Tolstoi. Hij vertelt in zijn kleine autobiografie ‘De biecht’ hoe hij op zijn vijftigste, na twintig depressieve jaren geworsteld te hebben met zijn wens zelfmoord te plegen (maar het niet deed, wat hij zwak vond van zichzelf), zijn levenszin terugvond. Hij verloor zijn moeder heel jong en was als twaalfjarig kind al wees. Hij verliet het orthodoxe geloof op zijn veertiende. Verloor zijn vrouw en enkele jonge kinderen al vroeg. Te veel verlies en verdriet. Uiteindelijk vond hij na jaren zoeken en lijden onverwachts een passender, bescheidener plek bij de eenvoudige levenswijze en levensaanvaarding van de Russische boer. Hij zag opeens dat de mensen op het platte land ook dezelfde verliezen meemaakten in nog veel armere omstandigheden dan hij. En wel ‘blijmoedig’ verder leefden. Tolstoi trok de consequenties uit zijn nieuwe inzicht, zwoer het aardse bezit af, verdiepte zich in zijn oorspronkelijke godsdienst, verzette zich tegen de kerkelijke instituties en predikte geweldloosheid. Zijn kapitaal gaf hij helemaal aan de armen. Hij ging terug naar zijn geboortestreek op het platteland. Hij bestudeerde verschillende wereldreligies en trotseerde de woede van zijn kinderen dat de erfenis was verdwenen. De dood trok hem niet meer. Hij leefde op het land en in zijn studie en schrijven. De dood kwam wanneer het zijn tijd was, hij ging hem niet meer helpen. 

Ik ga me niet op het platteland terugtrekken, maar levensaanvaarding (ook met deze pandemie) is voor mij een uitdaging. Vandaar uit blijven deelnemen is al een hele klus. Ik laat me leiden door wat er naar me toekomt. De eenvoud van het opstellingenwerk en de moeiteloosheid waarmee de werkelijkheid zich daar laat zien wil ik graag nog blijven dienen. 

Een hartelijke wintergroet, Inge Land